Wanorde zwaar onderschat als ziekteverwekker

Het kan zich even goed in thuis- als in werksituaties voordoen. Als de dingen om je heen niet helder geordend en georganiseerd zijn, kan dat grote invloed hebben op je welbevinden. De mate waarin wanorde en achterstanden (administratief bijvoorbeeld) kunnen leiden tot psychische en somatische klachten, wordt – buiten en binnen de gezondheidszorg – zwaar onderschat. Onderkenning en adequate aanpak kunnen veel ellende en kosten voorkomen.

De afgelopen 14 jaar heb ik in particuliere huishoudens en bij bedrijven veel zicht gekregen op wanorde die kan ontstaan. Drie jaar administratie gedumpt in een kast, nooit meer opgeruimde spullen na een verhuizing, gebrek aan clean desk policy, ondeugdelijk archiefbeheer in organisaties – het levert achterstanden op die leiden tot gevoelens van verstikking. Mensen krijgen het hoofd vol en hebben steeds minder vat op hun dagelijks handelen. Ik heb ze ziek zien worden van onmacht, verdriet en schaamte. Met sociaal isolement als verdere ziekteverwekker.

Hands on project
Inmiddels weten we ook steeds beter van welke gezondheidszorg- of hulpverleningsinstanties mensen met dit soort problemen al jaren gebruikmaken. Hun hulp en goede adviezen hebben geen borgende waarde. De ‘patiënten’ kunnen feilloos aangeven welke blokkades bij hen daarvoor verantwoordelijk zijn. Aan praatsessies en algemene adviezen hebben zij weinig; ze zijn op zoek naar concrete hulp en hands on project. De hoeveelheid werk die gedaan moet worden en keuzes die gemaakt moeten worden, zijn ze domweg te veel.

De niet adequate inzet van hulpverlening is zorgwekkend. Het verlies van tijd, energie en geld dat daaruit voortkomt is dat natuurlijk evenzeer! Een en ander wordt nog versterkt door het over elkaar heen vallen van hulpverlening en het beleid: ieder voor zich. In de media lezen we regelmatig over gebrekkige samenwerking, het ontbreken van kwaliteit en van goede resultaten in de reguliere gezondheidszorg.

Op locatie
Hoe ziet adequate hulp eruit voor deze groep? Allereerst moet vanaf het eerste begin een goede diagnose tot stand komen. Dat kan alleen als vragen over goed georganiseerde woon- of werksituaties standaard zouden worden opgenomen bij klachten van psychische of somatische aard. Vervolgens dient hulp bij het opschonen van woon- en werkomgevingen altijd op locatie plaats te vinden. Die hulp moet bestaan uit begeleiding, sturing & coördinatie en dit alles zonder oordeel. Het werk wordt door de mensen zelf gedaan. De insteek is altijd praktisch: in kort tijdsbestek wordt er gewerkt aan het herstel van zelfstandigheid. Het gaat daarbij om een aantal stappen: opschonen, structuur aanbrengen, vaardigheden leren en tot slot een (flexibele) planning maken waar goede afspraken uit kunnen voortkomen voor de toekomst. De inhoud van de stappen is natuurlijk steeds wisselend van aard en afhankelijk van de klachten en de wensen van de mensen. Het is duidelijk dat door de samenwerking op locatie (het thuisfront of de werkvloer) de kans klein is dat de hulpverlener iets essentieels ontgaat.

Door deze eerste opschoning ontstaat transparantie en overdraagbaarheid. Hierdoor krijgen mensen hun hoofd weer leeg en kunnen zij weer zelfstandig functioneren. Ook zijn ze weer bij machte om – als het nodig is – goed overleg te plegen over het aanvaarden van eventuele adequate hulp en eventuele medicatie.

~ Met dank aan Anne-Lies van Overbeek †